Wat is een Seveso-inrichting?

Wat is een Seveso-inrichting?

Bedrijven die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen produceren, verwerken of opslaan, kunnen in Nederland worden aangemerkt als een Seveso-inrichting. Dat heeft grote gevolgen voor de manier waarop een bedrijf zijn veiligheidsbeleid moet organiseren. Er gelden aanvullende eisen voor het voorkomen van zware ongevallen, het beheersen van de gevolgen daarvan, het veiligheidsmanagement en de informatie die aan het bevoegd gezag moet worden verstrekt. Voor hogedrempelinrichtingen gelden bovendien aanvullende verplichtingen, waaronder het opstellen van een veiligheidsrapport.

Toch bestaat regelmatig onduidelijkheid over de vraag wanneer een bedrijf precies een Seveso-inrichting is. Het hebben van gevaarlijke stoffen alleen is namelijk niet voldoende. Doorslaggevend zijn de aard van de stoffen, hun gevaarseigenschappen en vooral de hoeveelheden die binnen de inrichting aanwezig zijn of redelijkerwijs aanwezig kunnen zijn.

Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt in de Nederlandse regelgeving gesproken over een Seveso-inrichting. De vroegere term BRZO-bedrijf komt voort uit het voormalige Besluit risico’s zware ongevallen. In de huidige systematiek zijn de regels voor Seveso-inrichtingen onder andere opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Wat betekent Seveso?

De naam Seveso is afkomstig van de Italiaanse plaats Seveso. In 1976 vond bij een chemische fabriek in de omgeving een ernstig industrieel ongeval plaats waarbij een wolk met onder andere het zeer giftige dioxine TCDD vrijkwam. Het incident werd een belangrijke aanleiding voor Europese regelgeving gericht op het voorkomen en beheersen van zware industriële ongevallen.

De huidige Europese regelgeving is vastgelegd in Richtlijn 2012/18/EU, beter bekend als de Seveso III-richtlijn. Deze richtlijn richt zich niet op ieder bedrijf dat met gevaarlijke stoffen werkt, maar specifiek op locaties waar gevaarlijke stoffen in zulke hoeveelheden aanwezig kunnen zijn dat een zwaar ongeval grote gevolgen kan hebben voor mens en milieu.

Nederland heeft deze Europese verplichtingen verwerkt in het stelsel van de Omgevingswet. In het Bal wordt de milieubelastende activiteit Seveso-inrichting aangewezen en zijn regels opgenomen die betrekking hebben op onder andere het voorkomen van zware ongevallen en het beperken van de gevolgen daarvan.

Wanneer is een bedrijf een Wat is een Seveso-inrichting?

Volgens het Bal gaat het om de volledige, door de exploitant beheerde locatie waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in één of meer Seveso-installaties. Daarbij worden ook gemeenschappelijke of bijbehorende infrastructuur en activiteiten meegenomen en activiteiten die technisch met de exploitatie samenhangen en de kans op of gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten.

Dat betekent dat niet alleen naar één opslagtank of één magazijn wordt gekeken. In de praktijk behoort meestal de gehele relevante locatie tot de milieubelastende activiteit Seveso-inrichting. Een Seveso-installatie kan bijvoorbeeld een productie-installatie zijn, maar ook een tankopslag of andere technische eenheid waarin gevaarlijke stoffen worden gemaakt, gebruikt, verwerkt of opgeslagen.

Cruciaal is vervolgens de hoeveelheid gevaarlijke stoffen. Bijlage I van de Seveso III-richtlijn bevat hiervoor drempelwaarden. Wanneer de relevante hoeveelheid de toepasselijke onderste drempel bereikt of overschrijdt, kan de locatie onder de Seveso-regelgeving vallen.

Daarbij wordt niet uitsluitend gekeken naar wat er op het moment van een inspectie daadwerkelijk in een tank of magazijn staat. Ook de verwachte aanwezigheid telt mee. Bovendien moeten gevaarlijke stoffen worden meegenomen waarvan redelijkerwijs voorzienbaar is dat zij bij verlies van controle over een proces kunnen ontstaan.

Niet het ADR-etiket, maar de Seveso-indeling is bepalend

Een veelgemaakte fout is om de Seveso-status rechtstreeks af te leiden uit de ADR-classificatie. ADR en Seveso hebben echter verschillende doelstellingen en een verschillende indelingssystematiek.

Het ADR heeft betrekking op het vervoer van gevaarlijke goederen. De Seveso III-richtlijn richt zich op het voorkomen van zware ongevallen bij bedrijven waar relevante gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Voor het bepalen van de Seveso-status moet daarom worden gekeken naar bijlage I van de Seveso III-richtlijn.

Deze bijlage bestaat uit twee belangrijke delen. Deel 1 werkt met categorieën gevaarlijke stoffen, gebaseerd op gevaarseigenschappen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om bepaalde categorieën acute toxiciteit, ontvlambare stoffen, explosieven, oxiderende stoffen en stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu. Deel 2 bevat daarnaast specifiek genoemde gevaarlijke stoffen waarvoor afzonderlijke drempelwaarden gelden.

Een bedrijf moet daarom eerst goed weten welke stoffen aanwezig kunnen zijn, hoe deze volgens de relevante CLP-criteria zijn geclassificeerd en welke Seveso-categorie of specifieke stof uit bijlage I van toepassing is. Pas daarna kan een betrouwbare drempelwaardetoets worden uitgevoerd.

Lagedrempel- en hogedrempelinrichtingen

Binnen de Seveso-regelgeving wordt onderscheid gemaakt tussen lagedrempelinrichtingen en hogedrempelinrichtingen. De hoeveelheid gevaarlijke stoffen bepaalt in welke categorie een inrichting terechtkomt.

Bijlage I bevat daarvoor twee niveaus. Wanneer de hoeveelheid de onderste drempelwaarde bereikt of overschrijdt, maar onder de hoge drempel blijft, is sprake van een lagedrempelinrichting. Wanneer voor een gevaarlijke stof de hoge drempelwaarde wordt bereikt of overschreden, is sprake van een hogedrempelinrichting.

Dat onderscheid is belangrijk omdat voor hogedrempelinrichtingen aanvullende verplichtingen gelden. Zo moet een hogedrempelinrichting een veiligheidsrapport opstellen en aan het bevoegd gezag verstrekken. In dat veiligheidsrapport wordt onder meer aandacht besteed aan mogelijke scenario’s voor zware ongevallen en de maatregelen die zijn getroffen om dergelijke ongevallen te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken.

Een lagedrempelinrichting is dus niet een bedrijf waarop slechts beperkte veiligheidsregels van toepassing zijn. Ook voor lagedrempelinrichtingen gelden belangrijke verplichtingen gericht op het voorkomen en beheersen van zware ongevallen. Het verschil zit vooral in de aanvullende eisen die voor de hogedrempelinrichting gelden.

De sommatieregel kan doorslaggevend zijn

Een bedrijf hoeft niet noodzakelijk één stof boven de afzonderlijke drempelwaarde te hebben om toch als Seveso-inrichting te worden aangemerkt. Dit is een bijzonder belangrijk onderdeel van de regelgeving.

Wanneer verschillende gevaarlijke stoffen aanwezig zijn die afzonderlijk beneden hun drempelwaarden blijven, moet in bepaalde gevallen de sommatieregel uit aantekening 4 bij bijlage I worden toegepast. Daarbij worden de aanwezige hoeveelheden van relevante gevaarlijke stoffen in verhouding tot hun drempelwaarden bij elkaar opgeteld. IPLO wijst er uitdrukkelijk op dat deze sommatieregel bij het bepalen van de Seveso-status van toepassing kan zijn.

Dit betekent bijvoorbeeld dat een onderneming niet zonder meer kan concluderen dat zij geen Seveso-inrichting is omdat geen enkel afzonderlijk product zijn drempelwaarde overschrijdt. Een combinatie van verschillende stoffen kan gezamenlijk alsnog tot een overschrijding leiden.

Voor magazijnen en distributiecentra met een sterk wisselend assortiment is dit bijzonder relevant. Daar kunnen tientallen of honderden verschillende gevaarlijke producten aanwezig zijn. Een betrouwbare Seveso-beoordeling vraagt dan om een actuele stoffenadministratie waarin niet alleen handelsnamen en hoeveelheden zijn vastgelegd, maar ook de relevante gevarenclassificaties.

Seveso gaat verder dan een chemische fabriek

Bij de term Seveso denken veel mensen automatisch aan een groot petrochemisch complex met opslagtanks, reactoren, fakkels en kilometers leidingwerk. Dergelijke bedrijven kunnen inderdaad onder Seveso vallen, maar het toepassingsgebied is veel breder.

Ook tankterminals, distributiecentra, opslagbedrijven en bepaalde productie- of afvalbedrijven kunnen een Seveso-inrichting zijn. Niet het uiterlijk of de bedrijfssector bepaalt de status, maar uiteindelijk de aanwezigheid van de relevante gevaarlijke stoffen ten opzichte van de wettelijke drempelwaarden.

Een logistiek bedrijf dat zelf geen chemische producten produceert, kan daardoor toch onder de Seveso-regelgeving vallen wanneer grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden opgeslagen.

Wat betekent de Seveso-status voor een bedrijf?

Een Seveso-inrichting krijgt te maken met een uitgebreid stelsel van veiligheidsverplichtingen. Het uitgangspunt is dat de exploitant alle maatregelen treft die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken.

Het bedrijf moet bovendien tijdens inspecties kunnen aantonen dat de noodzakelijke maatregelen daadwerkelijk zijn getroffen. Wanneer maatregelen niet of duidelijk onvoldoende zijn uitgevoerd, kan bestuursrechtelijk worden gehandhaafd en kan onder omstandigheden een exploitatieverbod aan de orde zijn.

De Seveso-status heeft daardoor invloed op veel meer dan alleen de milieuafdeling. Productie, onderhoud, engineering, logistiek, management, HSE, bedrijfsbrandweer, HR en operationele medewerkers kunnen allemaal een rol spelen in het beheersen van de risico’s.

Daarom is het belangrijk dat niet alleen één veiligheidskundige begrijpt wat Seveso betekent. Ook leidinggevenden en medewerkers die beslissingen nemen over installaties, processen, opslag, onderhoud en organisatorische veranderingen moeten begrijpen waarom bepaalde veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn.

Kennis van Seveso en externe veiligheid

Juist vanwege die brede impact heeft VNCW College de E-learning Basiskennis Seveso en externe veiligheid ontwikkeld. De opleiding is bedoeld voor medewerkers die binnen of rondom Seveso-bedrijven werken en een goede basis willen krijgen in de regelgeving en de achterliggende veiligheidsprincipes.

In de opleiding komen onder andere de achtergrond van de Seveso-richtlijn, wet- en regelgeving, externe veiligheid onder de Omgevingswet, het voorkomen van zware ongevallen, veiligheidsrapportages, installatiescenario’s, QRA, veiligheidsbeheersystemen en toezicht aan bod.

Bekijk de E-learning Basiskennis Seveso en externe veiligheid bij VNCW College

De opleiding is daarmee niet alleen relevant voor veiligheidskundigen. Ook medewerkers in de chemische logistiek, warehousemanagement, operations en managementfuncties kunnen baat hebben bij kennis van de manier waarop zware-ongevallenrisico’s worden beoordeeld en beheerst.

De vraag “Wat is een Seveso-inrichting?”

De vraag “Wat is een Seveso-inrichting?” lijkt eenvoudig, maar de beoordeling in de praktijk kan behoorlijk complex zijn. Het begint met een volledige inventarisatie van de gevaarlijke stoffen die daadwerkelijk of naar verwachting aanwezig kunnen zijn. Vervolgens moeten de juiste Seveso-categorieën en drempelwaarden worden vastgesteld en moet, waar nodig, de sommatieregel worden toegepast.

Daarbij is vooruitkijken belangrijk. Een uitbreiding van een magazijn, een nieuwe productielijn, een verandering van grondstoffen of een groter opslagvolume kan ervoor zorgen dat een bedrijf een Seveso-drempel nadert of overschrijdt. Het is daarom verstandig om de Seveso-status niet alleen eenmalig bij een vergunningaanvraag te beoordelen, maar deze onderdeel te maken van het management of change en het dagelijkse beheer van gevaarlijke stoffen.

Seveso is uiteindelijk meer dan een juridische classificatie. De regelgeving is gebaseerd op de gedachte dat bedrijven die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig hebben, systematisch moeten voorkomen dat een incident uitgroeit tot een zwaar ongeval. Daarvoor zijn technische voorzieningen noodzakelijk, maar minstens zo belangrijk zijn goede procedures, betrouwbare informatie en medewerkers die begrijpen welke risico’s zij beheersen.

Kijk voor de voordelen van een lidmaadschap op vncw.nl.