Bedrijven die verpakte gevaarlijke stoffen opslaan, krijgen al snel te maken met PGS 15. Daarbij gaat de aandacht vaak in eerste instantie uit naar de opslagvoorziening zelf: brandwerende wanden, deuren, productopvang, veiligheidsafstanden, ventilatie en de wijze waarop verschillende stoffen van elkaar worden gescheiden. Minstens zo belangrijk is echter de menselijke factor. Een technisch goed uitgevoerde opslagvoorziening biedt immers onvoldoende zekerheid wanneer medewerkers niet weten welke stoffen zij opslaan, welke risico’s daaraan verbonden zijn en hoe zij bij een lekkage, beschadigde verpakking of ander incident moeten handelen. Daarom stelt PGS 15 ook eisen aan de vakbekwaamheid van medewerkers. In de praktijk wordt daarbij vaak gesproken over een PGS 15 opgeleid persoon. De PGS-richtlijn zelf gebruikt hiervoor onder andere de term door het bedrijf aangestelde deskundige. Wat wordt precies van deze persoon verwacht, wanneer moet deze aanwezig zijn en welke kennis moet hij of zij bezitten?
Wanneer is een PGS 15 deskundige verplicht?
De grens van 2.500 kg is hierbij belangrijk. Volgens PGS 15:2021 moet, wanneer binnen het totaal aan activiteiten op een locatie meer dan 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen wordt opgeslagen, tijdens werkzaamheden met deze stoffen in een opslagvoorziening minimaal één door het bedrijf aangestelde deskundige aanwezig zijn. Deze deskundige moet aantoonbaar voldoende vakbekwaam zijn in het omgaan met de aanwezige stoffen én in het met de aanwezige middelen bestrijden van een incident.
Het gaat dus niet uitsluitend om iemand die ooit een cursus PGS 15 heeft gevolgd. De kern van de verplichting is dat het bedrijf kan aantonen dat de aangewezen persoon daadwerkelijk over voldoende relevante kennis beschikt. IPLO geeft daarbij aan dat de vakbekwaamheid kan blijken uit gevolgde opleidingen en certificaten en dat hier ook in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) aandacht aan moet worden besteed.
Ook de PGS 15:2025 zet deze lijn voort. Maatregel M85 bepaalt eveneens dat bij opslag van in totaal meer dan 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-/CLP-stoffen tijdens werkzaamheden minimaal één door het bedrijf aangestelde deskundige aanwezig moet zijn. Hoewel PGS 15:2025 inhoudelijk vernieuwd is, verandert het uitgangspunt dat deskundigheid aantoonbaar moet zijn dus niet.
Daarbij is het belangrijk rekening te houden met de actuele juridische status. PGS 15:2025 is in 2026 niet aangewezen in bijlage II van de Omgevingsregeling. Voor niet-vergunningplichtige situaties waarin het Besluit activiteiten leefomgeving rechtstreeks naar PGS 15 verwijst, blijft daarom PGS 15:2021 de aangewezen versie. Toepassing van de nieuwere versie kan in specifieke situaties via maatwerk of gelijkwaardigheid mogelijk zijn.
Wat moet een PGS 15 opgeleid persoon weten?
PGS 15 schrijft niet simpelweg een vaststaand landelijk lesprogramma voor dat iedere deskundige ongeacht het bedrijf moet doorlopen. De vereiste kennis moet aansluiten bij de werkzaamheden en vooral bij de gevaarlijke stoffen die daadwerkelijk op de locatie aanwezig zijn. In de toelichting op de vakbekwaamheid wordt expliciet aangegeven dat kennis alleen noodzakelijk is van de stoffen die binnen de betreffende locatie worden opgeslagen.
Dat maakt de functie sterk praktijkgericht. Een deskundige binnen een magazijn met brandbare vloeistoffen heeft bijvoorbeeld deels andere kennis nodig dan iemand die verantwoordelijk is voor een opslag met voornamelijk corrosieve stoffen, milieugevaarlijke producten of CMR-stoffen.
Een goede basiskennis van gevaarlijke stoffen is daarbij onmisbaar. De medewerker moet begrijpen wat gevarenklassen betekenen, informatie op etiketten kunnen interpreteren en weten hoe een veiligheidsinformatieblad moet worden gebruikt. Hij of zij moet bijvoorbeeld kunnen achterhalen welke persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn, welke eigenschappen een product gevaarlijk maken en welke maatregelen bij een lekkage genomen moeten worden. IPLO noemt het kunnen inschatten van risico’s nadrukkelijk als essentieel onderdeel van de deskundigheid.
Daarnaast moet de medewerker de voor zijn werkzaamheden relevante voorschriften uit PGS 15 begrijpen. Dat gaat bijvoorbeeld over de wijze van opslag, productopvang, het vrijhouden van voorzieningen, omgang met beschadigde verpakkingen, orde en netheid en de voorwaarden waaronder stoffen gezamenlijk kunnen worden opgeslagen.

De deskundige heeft ook een praktische taak
De term “opgeleid persoon” kan de indruk wekken dat het vooral om theoretische kennis gaat. In werkelijkheid moet de deskundige juist in staat zijn die kennis op de werkvloer toe te passen.
Stel dat tijdens intern transport een vat beschadigd raakt en vloeistof begint te lekken. Dan moet snel kunnen worden vastgesteld met welke stof men te maken heeft, welke gevaren aanwezig zijn en of medewerkers veilig kunnen ingrijpen. Moet het gebied worden afgezet? Welke PBM zijn noodzakelijk? Mag het product met het aanwezige absorptiemiddel worden opgenomen? Bestaat er gevaar voor een reactie met andere opgeslagen stoffen? Moet de BHV-organisatie worden gealarmeerd of moet professionele hulp worden ingeschakeld?
De deskundige hoeft daarbij niet automatisch degene te zijn die iedere calamiteit persoonlijk bestrijdt. De vereiste vakbekwaamheid is er juist op gericht dat binnen de organisatie voldoende kennis beschikbaar is om een situatie te beoordelen en passende maatregelen te nemen. Wanneer dat voor de incidentbestrijding noodzakelijk is, noemt PGS 15 daarnaast een BHV-opleiding waarin specifiek aandacht wordt besteed aan het opruimen van gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen.
Aanwezig tijdens de werkzaamheden
Een praktisch belangrijk onderdeel van de eis is de aanwezigheid van de deskundige. Het is dus niet voldoende dat binnen een onderneming ergens één medewerker een PGS 15-opleiding heeft gevolgd wanneer die persoon tijdens relevante werkzaamheden regelmatig niet aanwezig is.
Voor organisaties die in ploegendienst werken of waar gedurende lange bedrijfstijden gevaarlijke stoffen worden ontvangen, verplaatst of opgeslagen, kan dit betekenen dat meerdere medewerkers moeten worden opgeleid. Vakantie, ziekte, verlof en wisselende diensten moeten immers worden meegenomen in de personeelsplanning. Het bedrijf moet ervoor zorgen dat tijdens de relevante werkzaamheden daadwerkelijk deskundigheid beschikbaar is.
Dat maakt de PGS 15-opleiding niet alleen een individuele opleidingskwestie, maar ook een organisatorisch onderwerp. Een bedrijf doet er verstandig aan vooraf vast te stellen op welke momenten werkzaamheden met gevaarlijke stoffen plaatsvinden en vervolgens te bepalen hoeveel opgeleide medewerkers nodig zijn om voldoende bezetting te waarborgen.
Ook andere medewerkers moeten worden geïnstrueerd
De aanwezigheid van een PGS 15 opgeleid persoon betekent bovendien niet dat andere medewerkers zonder verdere instructie in een opslagvoorziening mogen werken. PGS 15 stelt bijvoorbeeld afzonderlijke eisen aan bestuurders van interne transportmiddelen. Heftruckchauffeurs en bestuurders van elektrische pallettrucks moeten niet alleen zijn opgeleid voor het veilig bedienen van het transportmiddel, maar ook zijn geïnstrueerd over de gevaarsaspecten die samenhangen met het hanteren en opslaan van gevaarlijke stoffen.
Dat onderscheid is belangrijk. Een magazijn kan dus beschikken over enkele aangewezen PGS 15-deskundigen, terwijl daarnaast een bredere groep medewerkers functiegerichte instructie nodig heeft. De deskundige vormt als het ware een belangrijke kennisdrager binnen de dagelijkse organisatie, maar neemt niet de opleidingsverplichtingen van alle andere werknemers over.
Aantoonbare vakbekwaamheid
Bij een inspectie moet een onderneming kunnen aantonen dat de aangewezen deskundige voldoende vakbekwaam is. Een certificaat van een relevante opleiding is daarvoor een voor de hand liggend bewijsstuk. IPLO geeft expliciet aan dat de deskundigheid aantoonbaar moet zijn door middel van relevante opleidingen of certificaten en dat de RI&E hier aandacht aan moet besteden.
Het is daarom verstandig niet alleen certificaten te bewaren, maar ook intern vast te leggen welke medewerkers als deskundige zijn aangewezen, voor welke opslagvoorzieningen zij beschikbaar zijn en hoe de aanwezigheid tijdens de werkzaamheden is georganiseerd.
Daarnaast moet vakbekwaamheid in de praktijk worden onderhouden. Opslagen veranderen. Er komen nieuwe producten bij, processen worden aangepast en regelgeving ontwikkelt zich. Een certificaat is daarom geen vervanging voor een organisatie die medewerkers periodiek informeert over veranderingen in de eigen opslag en de daarbij behorende risico’s.
PGS 15 leren toepassen in de praktijk
Voor medewerkers die als PGS 15 opgeleid persoon worden aangewezen, is een opleiding nodig die verder gaat dan alleen het lezen van enkele voorschriften. Zij moeten begrijpen waarom maatregelen bestaan en hoe deze in dagelijkse situaties moeten worden toegepast.
VNCW College biedt hiervoor de E-learning Cursus PGS15 – Gevaarlijke stoffen in opslag aan. De opleiding behandelt onder andere wet- en regelgeving rondom opslag en externe veiligheid, eigenschappen en etikettering van gevaarlijke stoffen, GHS en ADR, verpakkingen, scheiding van stoffen, afwijkende opslagsituaties, veilig werken in het magazijn en brand- en calamiteitenbestrijding. De opleiding wordt afgesloten met een online examen.
Bekijk de E-learning Cursus PGS15 bij VNCW College
Veilig opslaan begint uiteindelijk bij kennis
PGS 15 wordt vaak geassocieerd met technische voorzieningen, maar veilige opslag is minstens zo afhankelijk van de mensen die dagelijks met gevaarlijke stoffen werken. Een correcte opslagvoorziening kan een incident helpen voorkomen of de gevolgen ervan beperken, maar medewerkers moeten afwijkingen herkennen en weten wat zij moeten doen wanneer er toch iets misgaat.
De PGS 15 opgeleid persoon vervult daarin een belangrijke functie. Deze medewerker kent de relevante voorschriften, begrijpt de gevaren van de aanwezige stoffen en kan risico’s en incidenten op de werkvloer op een verantwoorde manier beoordelen. Bij locaties waar meer dan 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of de relevante CMR-stoffen wordt opgeslagen, is die deskundigheid bovendien niet vrijblijvend: tijdens de werkzaamheden moet minimaal één door het bedrijf aangewezen vakbekwame deskundige aanwezig zijn.
Een PGS 15-opleiding moet daarom niet uitsluitend worden gezien als een manier om aan een formele eis te voldoen. Goed opgeleide medewerkers vormen een essentieel onderdeel van het veiligheidsniveau van iedere opslagvoorziening voor gevaarlijke stoffen.
Kijk voor de voordelen van een lidmaadschap op vncw.nl.
